Het steekt schrijver Özcan dat hij nooit die academische studie heeft afgerond

“In het milieu waarin ik opgroeide, hadden mijn vrienden meestal twee bezigheden: wiet kweken of een uitkeringsinstantie oplichten. Vaak deden ze beide zaken tegelijkertijd – dat was wel zo lucratief.” Deze uitspraak van de succesvolle schrijver Özcan Akyol (32) verraadt dat hij een kansarme tiener was. Maar dan wel één die wist wat hij wilde. Schrijver zijn. Hij studeerde vervolgens Journalistiek en Nederlands.

Na een paar jaar lanterfanten –“levenservaring op doen”- gaat de dan tweeëntwintigjarige Özcan een HBO-opleiding volgen aan het Windesheim in Zwolle.

“Ik liep al rond met een idee voor een semi-autobiografisch boek toen ik begon met studeren. Ik wist: dat schrijven zelf ga ik niet op school leren, maar zo’n opleiding is wel zeer ondersteunend voor je taalontwikkeling. Toch een essentieel onderdeel als je auteur wilt worden dacht ik. De mediawereld was mij tot dan toe ook totaal onbekend dus wat dat betreft heb ik veel van de opleiding Journalistiek geleerd. Hoe een productie tot stand komt bijvoorbeeld, pagina’s opmaken en filmpjes schieten. Bij toeval ontdekte ik ook andere dingen van het wereldje. Je leert hoe het systeem werkt, hoe het is georganiseerd. Wat dat betreft is Journalistiek wel een rijke studie al was het in Zwolle kwalitatief misschien niet van het hoogste niveau.”

Groot nadeel van een Hogeschool vond Özcan de naar zijn mening veel te grote vrijheid die je er krijgt.

“De lessen zijn vrijwel niet verplicht en opdrachten vaak wat dun. Veel medestudenten zaten er alleen maar omdat ze niet wisten wat ze wilden en gingen dan maar íets doen wat leuk klonk. Het ontbrak hen vaak aan innerlijke motivatie. Ik was daarentegen zeer gemotiveerd want ik had immers een doel; schrijver worden. Daardoor haalde ik alleen maar goede cijfers en met een 7.8 gemiddeld mocht ik een versnelde studieroute volgen en het 2e jaar overslaan.”

Gescout

Na drie jaar had Özcan zijn diploma op zak en begon direct aan een Bachelor Nederlands aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. “Ik liep nog altijd met dat idee voor het optekenen van een persoonlijk levensverhaal, maar ik had nog altijd geen daadwerkelijke ervaring met taal. Ik zocht de bagage om ook daadwerkelijk dat boek te maken. Door oefeningen te doen en heel veel boeken te lezen begon ik beter te begrijpen wat het inhield om een eigen stijl te ontwikkelen. In de tussentijd publiceerde ik korte verhalen op mijn eigen website, Facebook en Twitter.” En dat werd opgemerkt. In het eerste jaar van zijn universitaire opleiding kreeg Özcan een email van een literair agent. Of hij interesse had voor het schrijven van een groter verhaal: een roman. “Ik werd zogezegd gescout. Een droom kwam uit. Ik kon niet wachten om mijn verhaal uit de doeken te doen en in twee weken tijd werkte ik tien hoofdstukken uit.”

Al bij de eerste uitgeverij was het raak. Özcan krijgt meteen twee contracten aangeboden. Hij sluit zich op in zijn studentenkamertje in het centrum van Deventer en begint als een bezetene te tikken.

“Ik was overambitieus. Het was inmiddels negen jaar nadat ik had besloten om alles in het teken te zetten om succesvol schrijver te worden. Nu deed die mogelijkheid zich eindelijk voor en ik sprong er uiteraard direct op af. Ik ging daarom ook niet meer naar colleges en niet veel later ben ik definitief gestopt met de studie Nederlands” De doorbraak kwam in 2012. Met z’n semi- autobiografische debuutroman ‘Eus’ staat hij in de top 10 van meest verkochte boeken van het jaar én filmproducent Eyeworks gaat z’n verhaal verfilmen. Zijn doel bestseller auteur te worden werd bewaarheid.

Autodidact

Terugkijkend op zijn schoolbankloopbaan beschouwd één van ’s lands meest succesvolle auteurs zichzelf toch liever als autodidact. “Vooral tijdens de wetenschappelijke opleiding was ik bang dat als ik teveel zou luisteren naar wat er in de boeken stond, ik artistiek beperkt zou worden. Het was niet elke dag lekkerbekken. Vooral het analyseren van literatuur vind ik totale onzin. Los van dat het niet zo sexy is om te doen, vind ik het vooral zeer dogmatisch. Misschien had ik achteraf liever een andere studie gedaan. Ik ben nu wel nieuwsgierig geworden naar Literatuurwetenschappen. Met de kennis van nu had ik daar wellicht meer aan gehad. Wie weet ooit in de toekomst want het steekt me eerlijk gezegd wel dat ik nooit die academische studie heb afgerond.”

‘Ik wring mezelf graag in ongemakkelijke situaties‘

Martijn Kardol (27) is een van de grootste theater-talenten van Nederland. Hij won achter elkaar het Groninger studenten Cabaret Festival en het Leids Cabaret Festival, dé kweekvijver voor jonge kleinkunstenaars. Hiermee treedt Kardol in de voetsporen van eerdere winnaars: Theo Maassen, Jochem Meyer, Sanne Wallis de Vries, Najib Amhali en Javier Guzman.

Als klein jongetje mocht hij van juf Margreet niet meedoen aan de schoolmusical omdat hij teveel stotterde. Een onrecht dat hem nog steeds dwars zit, maar waar hij nu wel hartelijk om kan lachen. Er is sindsdien namelijk een hoop gebeurd. “Faalangst wuif ik weg door een situatie of het moment flink te relativeren”, aldus Martijn Kardol. “Op het podium heb ik sowieso helemaal geen last meer van stotteren. Geen idee hoe dat werkt, maar het is wel relaxed.”

“Ik dacht heel lang dat ik musicalster zou worden”, vertelt Martijn terwijl hij wat frisse lucht in zijn t-shirt wuift om de broeierige hitte van de zomerzon tegen te gaan. Hij veegt een pluk haar van zijn voorhoofd en zegt lacherig: “Die droom om musicalster te worden nam ik heel serieus. Zo stapte ik als twaalfjarige op de trein vanuit mijn woonplaats Barneveld naar Utrecht om naar de musical ‘Mama Mia’ te zien. Na afloop stond ik bij de artiestenuitgang van het Beatrix Theater om handtekeningen te vragen. Oh boy, nu ik het zo zeg klink ik echt wel als een enorme nerd.”

Kunst afkijken

Maar helaas, na zijn eindexamen werd Martijn niet toegelaten tot de Toneelschool. Een kleine domper, maar hij zette zich er overheen en ging een tijdje in Londen wonen. “Daar heb ik toen veel speel- en zangcursussen gevolgd. ’s Avonds werkte ik in een jazzclub en in mijn vrije tijd ging ik naar het theater om te kijken naar stand-up comedian en andere kleinkunstvoorstellingen. Londen is echt the place to be als je je creatief wilt ontwikkelen. Ik heb in de ontelbare clubs zo vreselijk veel geleerd door de artiesten te observeren: hun maniertjes, blik in hun ogen, de beweging van hun handen. Gewoon door alleen al te kijken leerde ik meer dan je ooit op school zou kunnen doen. In die tijd heb ik ook het inzicht gekregen om meer met mijn humor te doen. Ik was altijd heel erg adrem. Op school voorkwam ik dat er grappen over mijn stotteren gemaakt zouden worden, door iedereen voor te zijn met opmerkingen. Als ik dan weer eens vast zat in een woord zei ik snel ‘nou tjonge ik zit weer lekker vast he…..’ Want ja, je kunt er ook zo weer uitstappen als je stottert. Dat is eigenlijk heel gek.”

Toen Martijn terug kwam van zijn jaartje buitenland heeft hij zich meteen ingeschreven bij de Koningstheateracademie, de enige geaccrediteerde cabaretopleiding van Nederland. Maar het onderwijs sloot niet aan op zijn ambities om cabaretier te worden. “Ik had meer verdieping nodig. Timing en humor zijn nu eenmaal niet echt aan te leren. Maar ja, wat moet je dan? Omdat je als cabaretier in principe een soort van beschouwing geeft op de maatschappij besloot ik sociologie te gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. In mijn ‘vrije tijd’ –want geloof me die heb je echt meer dan genoeg als student- begon ik met het schrijven van een eigen show. Middels open podia in de comedy-clubs testte ik mijn ‘grappen’ bij het publiek. Je kunt goed schrijven maar je weet pas als iets werkt als je voor een groep mensen staat. Dus in mijn studententijd heb ik veel try-outs gedaan. Dat is letterlijk vallen en weer opstaan. Het is een intensief traject maar als je iets écht heel graag wilt moet je dat er allemaal voor over hebben. Niets komt zomaar uit de lucht gevallen en het is niet erg om te falen toch? Daar leer je van. Het maakt je sterker, mits je er niet teveel waarde aan hecht. Ondertussen had ik me ook aangemeld voor de BNN University -ja sorry mijn studieloopbaan is niet standaard- want als je weet wat je wilt moet je overal voor gaan en anticiperen op het moment. Toen ik daarvoor aangenomen werd, viel alles toch wel een beetje samen. Ik stopte met mijn studie aan de universiteit en ging radioprogramma’s produceren voor BNN bij 3FM en Radio 1. Dat was vet leuk. Ik had eindelijk het gevoel, hier hoor ik.”

Winnen

Vanuit zijn baan als producer waagde Martijn de gok om met het programma waar hij al twee jaar aan had gewerkt mee te doen met de theaterfestivals. “Mijn show is real life. Het verhaal gaat over een auditie die ik ooit heb gedaan voor Stage entertainment van Joop van den Ende. Het ging om de rol van Tony Manero in de musical Saturday Night Fever. “In mijn wanhopige fase stond ik bij allerlei castingbureaus ingeschreven en op een gegeven moment werd ik gebeld door een jongen of ik auditie wilde doen. Waarom? Ja weet ik veel, kennelijk gaan ze gewoon een kaartenbak af. . Ik heb een heel onatletisch lichaam en zei nog tegen die gast dat ik helemaal niet kan dansen. Hij zei ‘kom nou maar gewoon, dan kijken we wel verder.’ Dus ja, ik daar heen. Ik wist zelf heus wel dat ik die rol niet zou krijgen maar ja, ik wring mezelf graag in ongemakkelijke situaties. Het is sowieso een goed verhaal, dacht ik.”

De auditie was een totale afgang van Idols-achtige proporties. “Ik stond voor zo’n tafel met een jury. Ze zette muziek van de Begees in en ik moest gaan dansen. Ik heb maar een beetje staan improviseren en het was een drama. Je zag ze echt kijken; wie is dit? En wat denkt die gozer wel niet. Eigenlijk super grappig. Nou, dit voorval heb ik dus gebruikt als leidraad voor mijn show.” En met succes want Martijn Kardol won in november 2015 het Groninger studenten Cabaret Festival en in februari het Leids Cabaret Festival! De jury roemde hem omdat hij ‘met kleine gebaren of enkele woorden de zaal aan het lachen kan krijgen’ en omdat hij ook ‘grappig was als hij niks zei’. In het juryrapport van het Leids Cabaret Festival staat: ‘Dat is een bijzonder talent, en het levert een prachtige combinatie van rust en hilariteit op.’

Beeld: Bosse Beckers

Twijfel je of je de juiste studie hebt gekozen? Een studentendecaan kan je hierbij helpen. Jos Karssies (54) is sinds 2010 werkzaam aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Daarvoor was hij 20 jaar lang studieadviseur bij de faculteit Economie en Bedrijfskunde aan de RUG.

Zijn er veel twijfelaars?

“Ik, en ook mijn collega’s van andere universiteiten, zien dat het aantal studenten dat vraagt om hulp terugloopt. Ondanks deze trend denken wij dat veel studenten twijfelen. Toch is er weinig animo voor bijvoorbeeld studiekeuzeworkshops. Een reden hiervoor zou kunnen zijn dat er op scholen veel aandacht is voor een goede studiekeuzevoorbereiding.”

Wat zijn uw tips voor twijfelaars?

“Ga een tijdje heel wat anders doen, zoals werken of reizen. Doe ervaringen op en ontdek daarbij wat je leuk vindt. Belangrijk bij het kiezen van de juiste studie is het in kaart brengen van jouw gemaakte keuzes en successen. Probeer hierin een lijn te ontdekken waar jij je prettig bij voelt. Aan de hand hiervan kun je kijken welke opleiding bij je past. Kortom: stap niet ondoordacht in een volgende studie.”

Wat zijn de voor- en nadelen van switchen?

“Een pluspunt is dat je al ervaring hebt met studeren. Je hebt een aantal dingen ontdekt die je niet wilt en kiezen is voor een deel ook schrappen. Natuurlijk zijn er ook minpunten. Zo kan het een knauw geven aan je zelfvertrouwen en je kunt er financieel op achteruitgaan. Toch denk ik dat veel studenten switchen als een groter probleem ervaren dan het is. Je hebt bijvoorbeeld veel meer zelfinzicht gekregen.”

Heeft het vernieuwde leenstelsel gevolgen voor de studiekeuze?

“Dat vind ik wel een lastige, ik hoor het niet van studenten. Ook heb ik er nog geen cijfers van gezien. Op dit moment denk ik van niet.”

Heeft u zelf getwijfeld als student?

“Absoluut. Ik begon al met twijfelen toen ik op de Pedagogische Academie (Pabo) zat, want ik vond het niet leuk om voor de klas te staan. Ook wilde ik graag meer kennis opdoen. Ik ben dan ook gaan doorstuderen aan een universiteit, maar ook toen twijfelde ik over een studie. Psychologie is het uiteindelijk geworden. Later heb ik een tijdje bestuurswerk gedaan, omdat ik niet wist welke richting ik binnen deze studie wou volgen. Uiteindelijk heb ik mijn studie succesvol afgerond.”

Genoeg studenten die een tijdje naar het buitenland gaan tijdens hun studie, maar deze twee studenten besloten er ook te blijven. ‘’De mensen die ik op Malta heb ontmoet gaven de doorslag om te emigreren.’’

CV – Loes Vissers

26 jaar
Sevilla, Spanje

Smoorverliefd tijdens je studie

“In de eerste week werd ik smoorverliefd op een rasechte Spanjaard! Ik had nooit verwacht dat dit mij zou overkomen en zeker niet dat ik hier vandaag, bijna acht jaar later, nog steeds woon en mijn eigen leventje heb opgebouwd.”

Loes Vissers behaalde eerst haar propedeuse Social Work in Nederland, het jaar daarop begon ze in Spanje aan een studie Marketing. “Eigenlijk was het nooit mijn plan om te blijven, ik ben namelijk heel close met mijn familie en vrienden in Nederland.”
De weg naar emigratie was erg dubbel, zegt Loes. Aan de ene kant was zij smoorverliefd, aan de andere kant was er een grote taalbarrière en was de stap om in Spanje te blijven groot. “Maar op dit moment ben ik heel gelukkig met mijn leven hier in Sevilla en zou ik voor geen goud weg willen.” Volgens Loes raak je heel snel gewend aan het lekkere weer.

Loes werkt nu ruim 2,5 jaar in het Marketing Team van Genera Games, volgens haar ‘het Google van Sevilla’. Genera Games maakt applicaties en videogames voor smartphones. Het is een bedrijf dat hard groeit. Een grote uitdaging dus! Ze voelt zich nu thuis in Spanje. In het weekend is ze het liefst in hun huisje aan het strand en geniet ze van het prachtige weer. “Het hele proces is goed voor mijn persoonlijke ontwikkeling geweest.”

Hi_Artikel-NL-in-Buitenland-Foto-emigreren-Debbie-Kooy-2
CV – Debbie Kooy

29 jaar
Malta, Malta

Een passie met een enorme uitdaging

Samen met haar vriend startte Debbie Kooy de eerste Juice & Health Bar op Malta. Sinds februari hebben ze een tweede zaak geopend: Pure Living. “Gezond leven en eten staat op Malta nog in de kinderschoenen, wat het tot een enorme uitdaging maakt!”

Na de middelbare school had Debbie nog geen idee wat ze precies wilde doen. Wel wist ze dat ze naar het buitenland wilde. “Hoe langer, hoe beter!” Met die gedachte kwam ze uit bij de opleiding International Business and Languages. “Een jaar naar het buitenland voor stage en studie klonk perfect!”

In de zomer van 2006 begon ze aan haar stage op Malta. Ze ging samen met een van haar beste vriendinnen. “We wisten niet waar we precies terecht zouden komen, maar het was in de zon en ze spraken er Engels. En we hadden elkaar, wat het toch makkelijker maakte.”

Debbie kwam uiteindelijk terecht bij één van de grootste scholen die Engels geven. Daar schreef zij ook haar thesis. En ze bleef. “De mensen die ik op Malta heb ontmoet gaven de doorslag om te emigreren.”

Naast haar fulltime job bij een van de grootste aanbieders in kansspelen, werkt ze nu ook in haar eigen winkels. In de toekomst ziet zij zichzelf zeker volledig in haar eigen zaak werken. “Home is where the heart is, met wat ik doe en met de mensen om mij heen.”

Deel de liefde… dat schrijft de Nederlandse popzanger Nielson onderaan persoonlijke berichten op zijn website. Een mooi uitgangspunt voor een ambassadeur van het Bevrijdingsfestival dat jaarlijks gehouden wordt op 5 mei. Op die dag zal de jonge artiest op verschillende podia onze vrede vieren maar tegelijkertijd aandacht geven aan verdraagzaamheid.

Ter voorbereiding op zijn rol bracht Nielson een bezoek aan het theater Bataclan in Parijs waar afgelopen november een terroristische aanslag plaatsvond. “Toen ik daar was begreep ik wat ‘vrijheid’ betekent. Ik dacht altijd dat ik me er bewust van was. Je kijkt naar de tv op 4 mei tijdens dodenherdenking en staat er dan een minuut bij stil. Tuurlijk moet je dat doen want dat is respectvol. Maar ik heb eigenlijk nooit gerealiseerd wat het inhoud.

Nu weet ik natuurlijk nog steeds niet hoe het is om te leven tussen bombardementen en laten we hopen dat dat ook nooit gebeurt. Maar het is een kwestie van bewustwording van wat er in de wereld gaande is. Dat durf ik nu wel te zeggen.”

Nielson (de artiestennaam van Niels Littooij) komt uit Dordrecht, een slaperig stadje aan de Maasoever. “Geloof me hier gebeurt helemaal niks; je kunt niet eens fatsoenlijk uitgaan. Wat dat betreft heb ik weinig meegemaakt. Die aanslag op het Bataclan raakte mij persoonlijk omdat het natuurlijk in een popzaal is gebeurd. Ik vond het ineens zo echt allemaal. Ik heb de hele nacht zitten kijken naar de nieuwsverslaggeving op tv. Daarna heb ik er ook een liedje over geschreven omdat ik het echt van me af moest zetten: woede, angst en onbegrip. Ik twijfel alleen wel of ik dat liedje – Wordt het ooit weer rustig in Parijs- ga spelen op Bevrijdingspop want het was een oprechte actie. Eenmalig.”

Bij de bloemenzee aan de voet van het monument op de Place de la République waar nog dagelijks mensen bijeenkomen om hun respect aan de slachtoffers te brengen stond Nielson met Stephan de Vries, correspondent van CNN en RTL nieuws. “Ik heb zoveel van hem geleerd. Stephan vertelde mij alles vanuit zijn eigen perspectief en gaf aan dat tijdens zulke momenten van complete chaos de echte helden in de maatschappij opstaan. De bangste buurman wordt ineens een redder in nood, met gevaar voor eigen leven. Dat vind ik ook wel een hele mooi gedachte. Ik ben ook benieuwd hoe ik zou reageren in dat soort situaties.”

Nielson: “Eigenlijk denk ik dat we terug zijn gezakt qua beschaving.”

Ook ontmoette Nielson een leeftijdgenoot die op straat ‘Imagine’ ten gehore bracht. “Die jongen David, doet dat op alle plekken in de wereld waar onrust is. Hij wilde ook met mij naar Syrië, maar daar heb ik voor bedankt. Ik vond daar zo staan al heftig genoeg hoor. De gewaarwording bij al die kransen en kaarsjes is echt insane. Je staat bij het monument en iedereen is stil. Het is oprechte rouw. Ondertussen vliegen links en rechts de auto’s langs je heen. Het leven gaat letterlijk gewoon door. Op dat moment realiseerde ik me dat ik nooit echt stil had gestaan bij oorlog en bedreigende situaties. Nu ben ik gaan nadenken. Hoe kunnen we dit voorkomen?”

Hoe moet de maatschappij omgaan met vrijheid? “Wat voor mij heel erg duidelijk werd na Parijs is dat mensen niet meer naar elkaar luisteren en er nauwelijks oprechte interesse is voor elkaar. Iedereen is eerder bang voor wat ze niet kennen. Maar als je die grens overgaat zie je dat andere culturen helemaal niet zo eng zijn en dat we elkaar juist prima begrijpen. Sterker nog we kunnen nog veel leren van elkaar. Angst is onze allergrootste remmer. Daar mogen we niet aan toegeven want dat is te makkelijk. We moeten nadenken, luisteren en niet bang zijn. Eigenlijk denk ik dat we terug zijn gezakt qua beschaving. Ik ben natuurlijk nog niet zo oud, maar dat gevoel heb ik wel.”

“Als je jezelf ziet in anderen kun je mensen nooit meer haten”

Deel de liefde. Nielson:“Ik zocht eerlijk gezegd naar een originele manier om te zeggen ‘tot ziens’, ‘de groetjes’, maar ja deel de liefde, ja dat kan de wereld wel een beetje gebruiken toch. Ik weet eerlijk gezegd nog niet zo goed wat ik allemaal ga zeggen daar op het podium op 5 mei. Ik ben de indrukken van mijn trip naar Frankrijk nog aan het verwerken. Maar weet je wat het is: vrijheid is boven je angst uitstijgen. Als je jezelf ziet in andere mensen kun je ze nooit meer haten.”

Nederland: het land van klompen, tulpen, molens, kaas, drugs, prostitutie en lange mensen. Wat is er nog meer typisch Nederlands? Buitenlandse studenten over hun ervaringen in ons kikkerlandje.

“Bij de HEMA bestel ik altijd de stamppot boerenkool”

Hi_Artikel-buitenlandse-studenten-in-Nederland,--Fan-Tong,-Leanne
Fan Tong (21)
Studie: International Facility Management
Woonplaats: Groningen
Komt uit: China

Over iets typisch Nederlands hoeft Fan Tong niet lang na te denken. “Een kroket!” zegt ze lachend. Het grootste verschil tussen China en Nederland vindt ze namelijk het eten. In China verschillen de typische gerechten per streek, maar eten mensen voornamelijk rijst, legt ze uit. Een kroket of stamppot vindt ze daarom vreemd. “Maar ik vind het wel lekker hoor! Bij de HEMA bestel ik altijd de boerenkoolstamppot, heerlijk!”

Fan woont inmiddels vier jaar in Nederland. Toch kan ze een aantal dingen nog steeds niet begrijpen. Dat de Nederlanders zo ontzettend druk zijn, bijvoorbeeld. “Ze hebben tijd om te slapen, om te studeren, om te werken en daarnaast ook nog eens om naar feestjes te gaan. Niet te geloven!” In China zijn studenten volgens haar echt altijd bezig met studeren.

Het vreemdste aan Nederland vindt ze dat mensen hier wel gordijnen in hun woonkamers hebben, maar die vervolgens altijd open laten. “Je kunt zo bij iedereen naar binnen kijken, heel awkward.” In China hechten mensen meer waarde aan privacy, legt Fan uit. Ook zijn er daar in de steden bijna alleen maar flats, waardoor het sowieso moeilijker is om naar binnen te kijken.

Een van de leukste Nederlandse dingen vindt ze het fietsen. Gelukkig houdt ze ervan, want het openbaar vervoer vindt ze hier maar duur. Wat ze knap vindt, is de timing van de Nederlanders: ze komen niet te vroeg, niet te laat, maar precies op tijd. “In China zijn mensen altijd te vroeg, omdat ze bang zijn om te laat te komen.”

“Ik hou van de regen!”

Hi_Ali-Mahmood-Khalesi,-artikel-buitenlandse-studenten-in-Nederland,-Leanne
Ali Mahmood Khalesi (26)
Studie: Nederlands niveau 3
Woonplaats: Amsterdam
Komt uit: Iran

“Nederland kent vooruitgang, goede technologie en vrede. Dat is sowieso al een groot verschil met Iran.” Ali Mahmood Khalesi kan de Nederlandse cultuur wel waarderen. Hij vindt dat hij hier niet kan blijven zonder iets van de Nederlandse taal te begrijpen. Daarom studeert hij sinds september Nederlands niveau 3 aan de Vrije Universiteit. “Als ik hier ben, wil ik doen wat de Nederlanders doen. Het belangrijkste daarvan is denk ik het spreken van de Nederlandse taal.“
Ali vindt de taal niet heel moeilijk, behalve het verschil tussen ‘de’ en ‘het’. Daar kan hij maar niet over uit. Ook vindt hij het vreemd dat Nederlanders ’s avonds zo vroeg eten. “In Iran eten mensen ‘s avonds rond negen of tien uur. Nederlanders gaan dan al bijna slapen!”
Een ander groot verschil met Iran vindt hij het openbaar vervoer. Hij kon van tevoren niet geloven dat alles op tijd zou rijden. Of hij niet moest wennen aan het weer? “Nee hoor, ik hou juist van de regen!”

Over een vreemde eigenschap van Nederlanders hoeft hij niet lang na te denken. “Ze kunnen niet hoofdrekenen,” lacht hij. “Als ik bij de Albert Heijn met een briefje van tien betaal en het kost vijf euro, rekent de caissière het bij wijze van spreken alsnog uit met een rekenmachine.”

Je kent haar waarschijnlijk van Zomergasten (2014) of van haar columns in de Volkskrant en Kek Mama. Maar wetenschapsjournalist en wiskundige Ionica Smeets (35) was heel lang vooral student. Een ijverige. Maar ook een wilde. Ionica over haar studententijd.

Wild studentenhuis

‘Toen ik begon met studeren was ik ontzettend braaf. Per ongeluk belandde ik via via in een extreem wild studentenhuis. We woonden er met z’n zevenen. In dat huis was altijd wel een spontaan feestje aan de gang. In een tentamenperiode zat ik enorm te bikkelen op mijn kamer. Als ik om drie uur ’s nachts klaar was en behoefte had aan wat gezelligheid, hoefde ik daarvoor maar twee kamers verder te lopen.’

Van nerd naar ‘hippere’

‘Op de middelbare school was ik altijd de nerd. Ik was de slimste van de klas en ging weinig uit. Toen ik ging studeren, zaten alle nerds ineens bij elkaar. Ik hoorde zelfs bij de hippere types van mijn jaar. In korte tijd leerde ik veel mensen kennen, ging meer uit en kreeg vriendjes. Die zocht ik vaak buiten mijn studie. In Delft zaten bijna alleen maar mannen. Ik wilde niet dat iemand mij zag zitten omdat ik toevallig het enige meisje was. Aan de andere kant vond ik het interessant om iemand uit een andere wereld te daten. Iemand van de kunstacademie bijvoorbeeld. Grappig eigenlijk, pal na mijn afstuderen viel ik toch voor een Delftse student. We hebben inmiddels twee kinderen, een zoontje van vier en een dochtertje van zeven maanden.’

Cum laude

‘In mijn eerste jaar haalde ik in mijn eentje meer studiepunten dan mijn zes huisgenoten bij elkaar. In dat studentenhuis heb ik geleerd te werken onder verstorende omstandigheden. Ik bedacht hoe ik met zo min mogelijk werk een negen kon halen. Dat lukte; ik stond weliswaar een acht gemiddeld, maar studeerde cum laude af. Mijn methode was om in een bulk heel hard te werken. Het scheelde dat ik een vriendin had die dezelfde studie deed. We studeerden samen van ’s morgens tien tot ’s avonds laat. Groepsdruk werkte voor mij ook goed. Op donderdag gingen we met studiegenoten uit, als we ’s nachts naar huis fietsten, zeiden we tegen elkaar: ‘Je komt wel naar college morgenochtend, he?’ Het eerste dat ik dacht als ik wakker werd, was: no way. Toch ging ik, afspraak is afspraak.’

Suikervriendin

‘Mijn studiegenoten kwamen allemaal bij mij lenen aan het eind van de maand. Ik had drie bijbaantjes. Zo werkte ik een dag per week op de publiciteitsafdeling van een theater en zat ik achter de balie bij de bieb. Aan het eind van mijn studie schreef ik voor de universiteitskrant. Daarnaast kreeg ik nog geld van mijn ouders en studiefinanciering.’

Alfahobby’s

‘Het kiezen van een studie vond ik verschrikkelijk moeilijk. Er zijn veel verschillende dingen die ik leuk vind. Ik heb nog getwijfeld om kleinkunst of literatuurwetenschappen te gaan studeren. Uiteindelijk werd het een bètastudie, omdat ik me bedacht dat je daarnaast makkelijk alfahobby’s kunt hebben. Andersom is dat lastiger: wiskundecursussen zijn er niet. Naast mijn studie wiskunde deed ik een avondcursus kleinkunst. Erg leuk. Die podiumervaring komt nu mooi van pas bij de lezingen die ik geef. Ik raad iedere student aan buiten je studie verschillende dingen te doen. Zo ontdek je wat je echt leuk vindt.’