Als acteur en dj is hij overal te zien en te horen, maar ooit zat Géza Weisz (28) net als jij gewoon in de schoolbanken. Géza over zijn tijd aan de Toneelschool Amsterdam.


Hi_Profielinterview-GezaWeisz

Wanneer wist je dat je toneelschool wilde doen?
‘Als kind wilde ik profvoetballer worden. Ik speelde bij AFC, kon redelijk voetballen. Toch was het vrij snel duidelijk dat ik geen toptalent was. Mijn ouders lieten mij altijd vrij in mijn keuzes. Oké, ze vonden het belangrijk dat ik mijn gymnasium afmaakte, daarna mocht ik lekker doen wat ik wilde. Mijn vader is regisseur, ik kan niet ontkennen dat dat invloed heeft gehad op mijn keuze om te gaan acteren. De eerste keer dat hij mij meenam naar een set was magisch; een hele wereld werd nagebouwd. Ik ben ook nog even te zien in die serie, ‘Bij nader inzien’. De hele IJ-tunnel was afgezet en ik mocht, vier jaar oud, midden op de snelweg aan komen rijden in een rood miniautootje. Megacool. In mijn middelbare schooltijd volgde ik toneellessen. Toen wist ik dat ik naar de toneelschool wilde. ’

Was je een studiebol?
‘De toneelschool heeft een losbandige reputatie, maar die studie vereist een ijzeren discipline. Je bent fulltime op school en moet hard werken aan alle dingen die je als acteur nodig hebt. Dat zijn er nogal wat; ik kreeg elke dag stemles, bewegingsles, zangles, flamenco, schermen, noem maar op. Ik was best onzeker, voelde de hele tijd de behoefte om me te bewijzen. Misschien omdat ik zo ben opgevoed met film en toneel, ik wist: de toneelschool, dat is het heilige gebouw. Dat overbewustzijn remde af. Pas na de toneelschool vond ik het plezier in het spelen terug. Tijdens het eerste seizoen van de serie Bluf besefte ik voor het eerst dat die onzekerheid verdwenen was.’

Trok je in je studietijd vooral met medestudenten op?
‘Mensen uit mijn klas gingen vooral met elkaar om, op het sektarische af. Het had iets benauwends. Natuurlijk raakte ik bevriend met sommige klasgenoten, maar ik wilde het leven dat ik al had in Amsterdam ook vasthouden. Overdag was ik op school, ’s avonds en in het weekend wilde ik met mijn vrienden zijn. Die tweedeling vond ik soms lastig. Op school zagen ze mij als die popiejopie uit Amsterdam. Ik dj’de toen ook al veel.’

Hoe kwam je bij het dj’en?
‘Op mijn twaalfde kocht ik mijn eerste draaitafels. Wij, Victor Crezée en ik, luisterden naar hiphop. We gingen elke dag naar de platenzaak Fat Beats, daar werkten een paar gasten die we tof vonden. Ik was een wigger; droeg hele wijde kleding en Def Rhymz-mutsjes met een skibril erop. Het zag er waarschijnlijk belachelijk uit, ik dacht dat ik heel dope was. Van die jongens van Fat Beats kregen we dj-les. Zo ben ik begonnen.’

Verdiende je daar als student je geld mee?
‘Ja, in de weekenden draaide ik op feestjes en in clubs. Ik organiseerde ook feestjes. Jezus, daar heb ik soms wel risico’s mee gelopen. Als de kaartverkoop was tegengevallen, had ik niet de liquiditeit gehad om dat op te vangen. Gelukkig ging het goed. Ik hou van risico nemen, het is de enige manier om succesvol te worden. Wat is het ergste dat je kan gebeuren? Dat je je geld kwijt raakt? Dan vangen je vrienden je op, je krijgt heus wel wat te eten van ze.’

Woonde je in een studentenhuis?
‘Eerst heb ik een jaar aan de toneelschool in Maastricht gestudeerd, toen woonde ik in een studentenhuis met onder anderen Manuel Broekman. Daarna werd ik aangenomen op de Toneelschool in Amsterdam. Daar woonde ik samen met een van m’n beste vrienden in het huis waar ik nu nog woon. Het was een goede deal, dat huis, we hebben geluk gehad.Wat dat betreft heb je als Amsterdammers onder elkaar een voorsprong. In het Italiaans zeggen ze: ‘De ene hand wast de andere.’’

Wat is de meest bizarre situatie waarin je als student terechtkwam?
‘In Maastricht woonde ik in een huis met Manuel Broekman en wat andere gasten. Een van die gasten, die wij niet kenden, was via Manuels kamer naar buiten gevlucht voor de politie. Daarbij had hij de deur voor de helft doormidden getrapt. Met een andere huisgenoot, Matthijs, heb ik later een brandblusser in Manuels kamer leeggespoten toen hij zat te studeren. Hij was woedend en spoot ook onze kamers vol. Toen zijn we verhuisd. Huisbaas, als je dit leest: het spijt me.’

Interview: Jasmine Groenendijk

BIO
Géza Weisz (Amsterdam, 1986) zat op het Barlaeus Gymnasium in Amsterdam en deed hierna auditie voor de Toneelschool Amsterdam en de Toneelacademie Maastricht. Hij werd afgewezen in Amsterdam. Na een jaar gestudeerd te hebben in Maastricht werd hij wel aangenomen in Amsterdam en studeerde in 2012 af. Hij speelde rollen in o.a. de films ‘Alleen maar nette mensen’ en ‘Homies’, en in de tv-series ‘Verliefd op Ibiza’, ‘Bagels & Bubbels’ en ‘Bluf’, waarvan seizoen 2 net is gestart op RTL5. Samen met Manuel Broekman dj’t hij door het hele (buiten)land en hij is organisator van ‘Het Klassenfeestje’ in club Air.

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail