Bijstandsstokjes, collegehengst, dot, feut, grondpizza of jeuk… Duizelt het je al? Tijd voor een ieniemienie studentenwoordenboekje, zodat je als sjaars de beginselen van de studententaal kent.


Fotolia_84690065_Subscription_Monthly_M

Atten: glas bier in één keer opdrinken Afpilsen: nog een pilsje na een lange nacht Bijstandsstokjes: goedkope zoute stokjes Brassen: unit weghalen bij ander dispuut of vereniging Cheffen: op touw zetten Collegehengst: student die trouw colleges volgt Corneren: iemand in een hoek drijven en zoenen Cursus: HBO-opleiding Dispuut: onderdeel van studievereniging Dot: clitoris Eindbaas: onaantrekkelijke vrouw, die zelden of als laatste wordt geregeld Eigengeiler:zie Natte tostie Faxen: slapen Feut: Aspirant-lid studentenvereniging Gala-plicht: mannelijke student betaalt kaartje voor date, wederdienst seks na afloop Gala-mosje: seks met alle kleren nog aan, na het gala Grondpizza: kots Gestraald: tentamen niet gehaald Hert: meisje Hufkostuum: zuipoutfit Instemmen: medehuisgenoot of clubgenoot aannemen Jaarclub: groep van studenten die in hetzelfde jaar lid geworden zijn van studentenvereniging Jasje-dasje: colbert, stropdas en spijkerbroek Jeuk: zin in seks Kaal: dronken Kaasje: vrouw. Een groep wordt Kaasplankje genoemd. Keren: omdraaien van matras als iemand (te vroeg) slaapt Kleinen: poepen Knor: Kent Niet Onze Regels; ofwel kent regels van studentenvereniging niet Lapswans: luie student Lullepot: speech Loert: mannelijk geslachtsorgaan Matras: neukertje van de club Mozaïekje leggen: overgeven Nassen: eten Natte tosti: corpsbal met een matje, die zich heel wat vindt Nipt: gaaf Nominaal lopen: opleiding volgens schema volgen Nul: nog geen lid van studentenvereniging Ontgroenen: proeftijd bij studentenvereniging Pandapunten: deze krijg je elke maand dat je geen seks gehad hebt. Papierneuker: perforator Pauper: burgerlijk iemand Puntenkanon: meisje dat makkelijk mee naar huis gaat en in bed tot veel bereid is Pluk: eerstejaars Regelen: zoenen, seksen Sjaars: eerstejaars student Sloopkogel: meisje dat is aangekomen tijdens studententijd SOG: Studie Ontwijkend Gedrag Sweat: trui Thuis-thuis: ouderlijk huis Tsjak: viezigheid Toko: onroerend goed Unit: item Varsity: roeiwedstrijd tussen studentenploegen van verschillende universiteit Vomeren: braken Waakvarken: Meisje dat haar knappe vriendin in kroeg beschermt tegen eigengeilers Wegtikken: halve liters drinken Wipsteiger: hoogslaper Zaak: de sociëteit

Ga voor nog meer woorden naar studententaal.nl. De lijst is eigenlijk nooit compleet, omdat er in iedere stad en vereniging weer eigen termen worden gebruikt.

Tekst: Patricia de Ryck

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail