Bijna klaar met je studie? Dan wordt het tijd om op zoek te gaan naar werk. In de huidige markt kan dat lastig zijn, maar wie creatief is komt een heel eind. En de aanhouder wint. Twee succesvolle starters – een advocate en een ondernemer – vertellen over hun vliegende start.


Eliza_Blommestijn

JE MAG BEST EEN BEETJE BRUTAAL ZIJN

Toen ze op haar tweeëntwintigste afzwaaide van de toerisme-opleiding, stapte de Zutphense Eliza Blommestijn (26) vrijwel direct een kantoor van de Kamer van Koophandel binnen. Klaar om voor zichzelf te beginnen met een nieuw concept: taalreizen voor scholieren als vervanging voor de inmiddels normaal geworden schooltrips naar een Europese stad. Maar dan dus helemaal anders.”

“Bij veel van zulke reizen gaan scholieren de toeristische trekpleisters af en horen ze wat over de stad en het land. Maar wie meer wil leren over taal en cultuur moet dat heel anders aanpakken”, aldus Blommestijn. Scholieren die met een reis van haar Bloomtravel op pad gaan verblijven bij gastgezinnen, krijgen in de ochtend taalles en gaan die in de middag toepassen in de praktijk. “Zo pik je een taal en cultuur veel sneller op.”

Een eigen bedrijf beginnen was niet per se het plan dat Blommestijn had toen ze in de eindfase van haar opleiding kwam. Daar is ze als het ware ingerold. “Ik liep stage bij een kleine reisorganisatie die me na afloop eigenlijk in dienst wilde houden, maar zich dat niet kon veroorloven. Omdat ze wel heel graag verder wilden met mijn concept – dat ik tijdens mijn stage ontwikkelde – raadden ze me aan voor mezelf te beginnen. We werken inmiddels al jaren goed samen.”

Waar Blommestijn snel aan de slag kon met haar eigen zaak, zag ze medestudenten ploeteren om een baan te vinden. Sommigen hadden na anderhalf jaar nog geen werk. Zelf zag ze een eigen zaak oprichten als een gouden kans. Studenten die hetzelfde willen doen raadt ze aan vooral heel veel informatie in te winnen voordat ze beginnen. “Je moet een goed idee hebben, dat goed uitschrijven en toetsen bij mensen die al langer in het vak zitten. Zo kun je je product verbeteren. Ga gewoon vragen stellen. Je mag best een beetje brutaal zijn.”

MIJN EERSTE JAAR WERKTE IK IN EEN SOORT BEZEMKAST

Lang heeft Leonie van der Grinten (26) niet naar werk hoeven zoeken. “Maar om eerlijk te zijn heb ik het solliciteren wel een beetje onderschat. Ik heb twee strafrechtmasters gedaan (strafrecht en criminologie, forensica & rechtspleging, red.) en ze allebei cum laude afgesloten. Ook heb ik stage gelopen bij Gerard Spong, wat een van de beste strafpleiters van Nederland is. Daarom dacht ik: dat komt wel goed.”

Die uitstekende referenties ten spijt, Van der Grinten merkte al snel dat de banen in de strafrechtadvocatuur niet voor het oprapen liggen. Een half jaar voor haar afstuderen begon ze al voorzichtig rond te kijken. De vacatures die ze voorbij zag komen, waren vrijwel allemaal gericht op hogere functies. In januari 2014 begon het echte zoeken. “Ik denk dat ik bijna ieder kantoor wel heb aangeschreven. Het duurde voor mijn gevoel nog best lang.”

Toch had Van der Grinten al na drie maanden een baan. “Een familievriend heeft een goed woordje voor me gedaan. Dat heeft heel veel geholpen. Als je op zoek bent naar een baan moet je zo goed mogelijk gebruik maken van je netwerk. Als ik dat niet had gedaan, had ik hier niet gezeten.” Volhouden en doorzetten zijn nog twee van die belangrijke eigenschappen. Hoewel Van der Grinten
snel aan de slag kon, was er eigenlijk geen fysieke plek voor haar beschikbaar. “Ik heb een jaar in een soort uit de kluiten gewassen bezemkast gewerkt. Maar die investering deed ik met liefde; ik kon in ieder geval aan de slag! Nu we met het kantoor verhuisd zijn, pluk ik daar de vruchten van. Mijn werkruimte is vertienvoudigd en ik zit helemaal op mijn plek.”

Als je doorzet, dan kom je er wel, meent Van der Grinten. “En jezelf onderscheiden is heel belangrijk. Dat heb ik gedaan met een blog. Op Facebook.com/meesterleonie en MeesterLeonie.com schrijf ik toegankelijke stukjes over het strafrecht. Dat heeft mijn kansen op een baan flink vergroot.”

TEKST: NICK KIVITS

Facebooktwitterpinterestlinkedinmail