Onderzoek doen tussen de Amish of naar de Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon: met een internationale stage heb je de kans om bijzondere plekken van de wereld te zien.

Een stage is een enorm belangrijk deel van je studie. Niet alleen doe je er praktijkervaring en contacten mee op, je leert ook verder te kijken dan je eigen opleiding. En waarom dan niet buiten de landsgrenzen? Sommige opleidingen hebben al contacten met buitenlandse bedrijven of organisaties, maar als dat niet zo is, laat je dan vooral niet uit het veld slaan. Als je een bijzondere plek, bedrijf of onderzoek tegenkomt waar je heel graag stage wilt lopen, is dat over het algemeen goed zelf te regelen. Zoals Job de Jong (26), student geneeskunde aan de Universiteit Maastricht, deed. Tijdens zijn stage van drie maanden onderzocht hij de mogelijke erfelijkheid van psychische aandoeningen onder de Amish, de traditionele strenggelovige gemeenschappen in Pennsylvania, Verenigde Staten. “Ik kwam in contact met een professor aan de Columbia University in New York die dat onderzoek leidde. Ik heb hem gevraagd of hij een stageplek had en ben erheen gegaan.” Ook Karima Osman (24), student Midden-Oostenstudies aan de Universiteit Leiden, regelde haar buitenlandse stage-avontuur zelf. Ze liep niet één, maar twee stages achter elkaar in Beiroet, Libanon. “Ik liep twee maanden stage bij een NGO, maar dat vond ik te kort. Vandaar dat ik ook nog gesolliciteerd heb voor een stage aan de Nederlandse ambassade in Beiroet. Zo was ik uiteindelijk acht maanden weg.”

Stageplan

Bij het regelen van een buitenlandse stage is overleg met je opleiding essentieel: vraag wat er nodig is om de stage officieel onderdeel te laten zijn van je studieprogramma. Soms vergt dat een apart stageplan en vaak ook goedkeuring van de stagecommissie. De Jong: “Ik moest bijvoorbeeld wel aantonen dat het een onderzoek was wat ik niet ook in Nederland had kunnen doen.” Osman: “Ik kreeg veel hulp van de loopbaanservice van de Universiteit, zij gaven me lijstjes met wat ik moest regelen en informeerden me over mijn stageplan.” En dan de financiën, want een stage in het buitenland kan behoorlijk prijzig zijn. Je moet er natuurlijk heen, en dan daar ook eten, wonen en leven. De Jong en Osman kregen allebei een deel van de kosten vergoed, een deel moesten ze zelf regelen. Osman: “Ik heb gesolliciteerd op een fonds via de universiteit, en dat gekregen. Ook kreeg ik tijdens mijn stage op de ambassade een stagevergoeding. En daarnaast heb je natuurlijk nog je uitwonende beurs en je reiskostenvergoeding.”

Indrukwekkend

Maar de kosten en moeite zijn het helemaal waard, ervoeren de twee avontuurlijke stagiairs. De Jong: “Niet alleen was het vakinhoudelijk heel interessant, ook het contact met een cultuur als de Amish heeft me verrijkt. Hoe zij als groep in het leven staan.” Ook Karima Osman leerde veel van haar stages in Libanon. “Het bijzonderste vond ik, dat ik als onderdeel van mijn stage aan de ambassade naar het grootste Palestijnse vluchtelingenkamp in Libanon ging. Een indrukwekkende ervaring die ik anders nooit had gehad. Ik raad het andere studenten dan ook enorm aan.” Wil je een buitenlandse stage lopen, kijk dan vooral vooruit en bedenk niet teveel bezwaren, tipt Osman: “Ga alvast netwerken en praat met je docenten. Je kunt ook contact opnemen met de ambassade in het land waar je heen wilt, die weten vaak goed wat de mogelijkheden zijn.” De Jong: “Kijk goed naar wat je graag wilt, en probeer gewoon of dat lukt. Met assertief zijn kom je heel ver.”

Studeren in het buitenland

Nederlandse jongeren studeren minder vaak in het buitenland dan hun Europes leeftijdsgenoten. En dat terwijl het zoveel voordelen biedt. Het netwerk van Nederlandse Wereldwijde Studenten (NWS) deelt ervaringen met elkaar én met scholieren en studenten die een opleiding in het buitenland overwegen.

“Een opleiding in het buitenland lijkt misschien een grote stap, maar je moet het vooral als een kans zien”, vindt Marlou Slot, die natuurkunde studeerde in het buitenland. “In mijn vakgebied was het onderwijs daar op topniveau. Daarbij spreek ik nu ook vloeiend Duits!”

Louis Hendrix deed zijn bachelor in de Verenigde Staten: “Het ging mij vooral om het flexibele onderwijssysteem daar. Je kunt meerdere vakken uitproberen en hoeft later pas een hoofdrichting te kiezen. Daardoor kun je tijdens je studie nog ontdekken wat je echt ligt.”

Terug in Nederland komt buitenlandervaring goed van pas, weet Marlou. “Ik ben sinds oktober weer hier en kon meteen doorstromen naar een promotieplek.” Louis liep na terugkomst stage bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Na de zomer begint hij aan een master in Engeland. “Via de online database van NWS vroeg ik andere studenten naar hun ervaringen. Zo vond ik de opleiding die het beste bij me past.”

Weet je nog niet wat je wil gaan studeren of heb je nog geen zin in de verantwoordelijkheden die bij een vaste baan horen? Waarom ga je er dan niet even tussenuit?

Job Jutten (26) en Hannelore Monnikendam (29) uit Utrecht reizen drie maanden door Zuid-Afrika, waarbij ze levenslessen verzamelen. Job vertelt: “‘Wat is de grootste verandering die je in je leven gemaakt hebt?’ Die vraag stellen we iedere dag aan iemand die we tegenkomen hier in Zuid-Afrika. We schrijven er een kort verhaaltje over en plaatsen die met een mooie foto op www.collectingseedsforchange.com.” “We zagen in onze omgeving al veel mensen die door veranderingen echt groeiden. Dat wilden we graag documenteren. We hebben voor Zuid-Afrika gekozen, omdat dit land oneindige mogelijkheden biedt voor mensen die niet te afhankelijk willen zijn van het systeem of de overheid. Zo zijn we hier bevriend geraakt met mensen die hun eigen droomhuis gebouwd hebben en mensen die in een tipi wonen, omdat ze dat fijn vinden. De gastvrijheid die we tegenkomen is echt overweldigend.”

“Tijd lijkt zo veel langer te duren wanneer je op reis bent, dan wanneer je thuis bezig bent met je werk of studie. Reizen geeft je ook een enorm frisse kijk op de wereld, omdat je jezelf ineens omringt met mensen met allerlei verschillende achtergronden. Oud en jong, hoog en laag opgeleid. Mensen van overal ter wereld worden binnen de kortste tijd je vriend. Van iedere ontmoeting leer je weer.”

Hard werken

Liene Deckers (19, Beugen) is na haar eindexamen naar Australië vertrokken om als au-pair aan de slag te gaan. “Van jongs af aan maak ik met mijn ouders al verre reizen, maar nu vond ik het tijd om alleen op pad te gaan. Natuurlijk is dat ontzettend spannend. Om niet meteen in het diepe te springen, heb ik daarom voor de ‘veiligere’ optie gekozen om als au-pair naar Australië te gaan.”

“Van het land heb ik nog niet zo veel gezien. Het is vooral hard werken. Je moet continu klaarstaan voor de kinderen. Van naar school brengen tot koken; het zijn allemaal dingen die je doet. Dat vind ik niet erg hoor, want ik ben dol op kinderen. In het weekend ben ik vrij en trek eropuit met vrienden. Die maak je hier echt heel snel. Ik val wel op in de groep. Ik ben namelijk een van de jongste. De meeste backpackers zijn rond de dertig.”

“In september ga ik hotelmanagement studeren in Maastricht. Dat wordt wel even wennen. Niet zozeer het studeren, meer het contact met vrienden. In Nederland zijn veel mensen toch drukker met bijbaantjes en familiebezoekjes.”

Langer gebleven

Chantal Antheunisse (21, Utrecht) zou twee maanden door Nepal trekken. Ze werd opgenomen in een Nepalees gezin en bleef uiteindelijk ruim tweeënhalve maand langer. “Aan het begin van mijn trip belandde ik met een buikinfectie in het ziekenhuis. Over naar huis gaan, dacht ik niet. Daarna ben ik dan ook Nepal gaan rondreizen. Op een van de ‘festivals’ waar de levende godin zich zou vertonen, ontmoette ik een Nederlandse vrouw. Zij verbleef in een Nepalees gezin. Dankzij hun familie hebben we uiteindelijk de grootste Nepalese feesten overal in het land bijgewoond. Na een bezoek aan de geboorteplaats van Boeddha voelde mijn avontuur nog niet af en besloot ik langer te blijven.”

“Ook ik heb bij dat Nepalese gezin gewoond. De ouders hadden twee dochters en ook nog een nichtje, neefje en twee studentes in huis. Ik werd opgenomen in het gezin alsof ik een dochter was. Ze gaven me zelfs een Nepalese naam: Shanti, wat staat voor vrede. Bij een tante van het gezin heb ik in haar winkel geholpen. Fijn was dat.”

“Via via kwam ik in contact met een Nederlandse die een schooltje had opgericht voor kinderen uit de sloppenwijken in Kathmandu. Zij kon mijn hulp wel gebruiken, dus ik ben verschillende keren bijgesprongen. Terug in Nederland vond ik het niet erg om weer te gaan studeren. Ik was de mogelijkheden die wij hier hebben juist nog meer gaan waarderen.”