Van alle studenten in Nederland is zo’n dertig procent uitwonend. Het gros van hen huurt een kamer in een studentenflat of huurt een woning met huisgenoten. Theologiestudent Rozemarijn en docent in opleiding Mitchel doen het anders: zij wonen respectievelijk tussen de ex-verslaafden en in een oud kloostergebouw.

parana5

Tussen de ex-verslaafden

Op het eerste gezicht lijkt Parana in het Utrechtse Overvecht een gewoon appartementengebouw. Alleen de gezamenlijke ruimtes zijn wat minder regulier. Daar treffen bewoners elkaar, bijvoorbeeld om samen te eten, te borrelen of voor andere activiteiten. Het idee: sociale cohesie tussen de bewoners creëren.

Want die bewoners, daar zitten nogal wat verschillen in. Ongeveer de helft van de woningen is gereserveerd voor voormalig daklozen en ex-verslaafden. In de andere appartementen wonen huurders van woningbouwvereniging Portaal. Theologiestudent Rozemarijn is er een van. En hoe heftig het ook klinkt als je hoort dat iemand ‘tussen de daklozen en verslaafden’ woont, valt het volgens Rozemarijn hartstikke mee. “Het is hier eigenlijk heel gezellig.”

Rozemarijn betrok ongeveer een jaar geleden haar appartement. Een gouden kans. Net als veel andere steden kampt Utrecht met een kamertekort. “Omdat het project net nieuw was, kon ik er vrijwel meteen in. Zonder wachttijd. Nu woon ik op een goede locatie in Overvecht, met openbaar vervoer en een winkelcentrum vlakbij.”

Voor dat privilege moeten Rozemarijn en de andere ‘Portaal-bewoners’ (veel van hen student) wel wat doen. Van hen wordt verwacht dat ze een dagdeel in de week besteden aan het project, bijvoorbeeld door als vrijwilliger iets te doen voor de ex-verslaafden en voormalig daklozen. “We hebben commissies waarin we activiteiten organiseren. Hardloop groepjes bijvoorbeeld. We hebben een eetclub, organiseren borrels en houden filmavonden.”

Het idee achter die clubs: de twee bewonersgroepen met elkaar mengen. “Wanneer je alleen mensen bij elkaar plaatst die verslaafd zijn geweest, dan heb je kans dat dat elkaar versterkt. Op deze manier ondervang je dat. Maar heel altruïstisch is het niet. Het is ook voor mij heel fijn. Zo kom ik mensen tegen die ik anders nooit ontmoet zou hebben. Ik heb er ook al een mooie vriendschap aan overgehouden.”

Kloosterwonen
© Klerks fotografie

Een kamer in het klooster

Toen Mitchel Eijkemans hoorde dat hij de kamer van een vriend kon overnemen, was hij er als de kippen bij. De kamer in kwestie bevindt zich namelijk niet in een gewoon studentenhuis, maar in een oud klooster. Dat klooster, Rooi Harten in Tilburg, biedt sinds een kleine twee jaar plek aan 35 studenten. Mitchel is er een van.

“Het pand is van binnen helemaal opgeknapt, maar er is nog heel veel over van het oude klooster, zoals de lange gangen, hoge ramen en het glas-in-lood”, aldus Mitchel trots. De bijbehorende kloostertuin is favoriet. “Daar maken we in de zomer dankbaar gebruik van.”

Een kamer in het oude missiegebouw, pal in het centrum van de stad, krijg je echter niet zomaar. In loopruil voor de 25 vierkante meter grote kamer op een toplocatie moeten Mitchel en zijn huisgenoten met enige regelmaat en tegen betaling scholieren helpen met hun huiswerk. Dat gaat via Ready To School, dat de inwonende studenten in dienst neemt.

Ideaal voor Mitchel, die eerstejaars is aan de lerarenopleiding van Fontys in Tilburg. “Alle begeleiding vindt in het pand zelf plaats. Ik hoef maar twee trappen af en dan ben ik op mijn werk.”

Op een gemiddelde dag zijn er volgens Mitchel zo’n 20 tot 25 scholieren aanwezig in Rooi Harten. Sommigen van hen voor bijles, anderen voor huiswerkbegeleiding. “Dat zijn vooral leerlingen die moeite hebben zich te concentreren. Vaak gaat het niet eens om inhoudelijke hulp. Ze hebben gewoon een-op-een-begeleiding nodig en die bieden wij.”

Vooral mensen uit Tilburg zelf vinden het volgens Mitchel soms wat gek dat hun oude klooster, waarvoor in augustus 1889 de eerste schop in de grond ging, nu studenten huisvest. “Er lopen weleens mensen door de kloostertuin die het gek vinden dat hier studenten wonen. We nodigen ze dan uit even binnen te kijken om te zien hoe het is geworden.”